Individueel WNT-maximum


Definitie individueel toepasselijk WNT-maximum
Het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum is het bezoldigingsmaximum dat geldt voor een topfunctionaris in het betreffende jaar. 

Bij de berekening voor leidinggevende topfunctionarissen wordt het bezoldigingsmaximum dat geldt voor de organisatie naar rato gecorrigeerd voor het werken in deeltijd en/of als gedurende een deel van het jaar is gewerkt(dienstduur). 

Voor toezichthoudende topfunctionarissen geldt een vaste deeltijdfactor van 10% van het bezoldigingsmaximum van de organisatie met een correctie als niet het hele jaar is gewerkt. Voor een voorzitter is maximaal 15% toegestaan. Zie verder WNT en bezoldiging RvC/RvT

Als de verantwoordelijke minister op grond van artikel 2.4 WNT een hoger bezoldigingsmaximum voor de topfunctionaris heeft vastgesteld, dan is dat het uitgangspunt voor het berekenen van het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum.

Vanaf het boekjaar 2017 moet het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum worden opgenomen in de WNT-verantwoording. Dit geldt niet voor topfunctionarissen met een geringe bezoldiging (2018 € 1.700).

Vaststellen deeltijdfactor 
De deeltijdfactor is in de WNT gedefinieerd als het aantal uren waarop het dienstverband betrekking heeft gedeeld door het aantal uren van het bij de instelling gebruikelijke voltijds dienstverband (WNT artikel 2.1 lid 2). De deeltijdfactor is minimaal 0,025 en kan niet hoger zijn dan 1,0.

Als regel wordt uitgegaan van het aantal uren dat in de arbeidsovereenkomst, respectievelijk de voor de organisatie toepasselijke CAO of arbeidsvoorwaardenregeling is opgenomen.

Een stappenplan van topinkomens.nl biedt ondersteuning in situaties waarin geen deeltijdfactor is vastgelegd. 

AANDACHTSPUNTEN Deeltijdfactor

  • Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking (.o.a. interim) gelden voor het eerste jaar andere regels. Zie Interim-topfunctionarissen.
  • In de praktijk worden met bestuurders vaak van de CAO afwijkende afspraken gemaakt. Het gebruikelijke voltijds dienstverband bij de organisatie blijft echter de maatstaf voor het vaststellen van de deeltijdfactor.
  • Ook bij een functiecontract voor bestuurders zonder vermelding van het aantal uren zal moeten worden aangetoond dat er sprake is van een fulltime dienstverband of een parttime functievervulling. 
  • Het toekennen van extra verlof aan een topfunctionaris ten opzichte van de CAO of de collectieve regeling kan leiden tot een lagere deeltijdfactor. Dit wordt in de praktijk soms gecompenseerd door een  hoger aantal uren per week. 
  • Als bij een fulltime contract met een individueel keuzebudget (IKB) maximaal gebruik wordt gemaakt van de inkoop van vakantie-uren, dan geldt voor de WNT nog steeds een deeltijdfactor van 1,0.
 
Duur dienstverband, correctie als niet het gehele jaar is gewerkt
Als niet het hele jaar is gewerkt, dan wordt het bezoldigingsmaximum vermenigvuldigd met
het aantal kalenderdagen (niet: werkdagen) tussen aanvang en einde van de functievervulling/365 (366 in een schrikkeljaar).

Als een topfunctionaris vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband geen taken meer vervult, dan wordt de datum waarop de topfunctionaris de uitoefening van zijn taken beëindigt  in beginsel aangemerkt als de datum van beëindiging van het dienstverband. 
Uitzonderingen op deze regel zijn onder andere het opnemen van reguliere vakantiedagen en door de werkgever eenzijdig opgelegde non-actiefstelling. Zie verder Toepassen WNT bij ontslag

AANDACHTSPUNTEN Duur dienstverband

  • Bij de berekening van de dienstduur correctie moet worden uitgegaan van van het aantal kalenderdagen. Bij uitbetaling van een vast salaris per maand kunnen daardoor kleine overschrijdingen van het bezoldigingsmaximum ontstaan, terwijl de afspraken op jaarbasis binnen de WNT-norm vallen. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als het dienstverband eind februari eindigt.